lisaweeda1989 [at] gmail.com
Install Theme

Wikipedia/Google

komt wat komt altijd vanzelf
heeft wie vooruit loopt een voorsprong
dingt iedereen mee of alleen wie het idee heeft deel van een geheel te zijn
is een grens een kalklijn of een rij beton

maakt een etmaal een dag rond
zint het om bezit voorop te stellen
zijn daken veiliger dan een hemelgewelf
maken pacemakers ongelukkigen blij

is oud worden een ritme of een stortbui
wat raak je als je dode huid kust
gaat een stap achteruit niet omgekeerd voorwaarts
ben je, als je alleen in het donker zingt, de boom die omvalt in een verlaten bos

weegt heilig water zwaarder in onze handen
wat bewaar je als je minder vast mag houden

Lay down with me, tell me no lies.

I can’t make you love me/Nick of Time - Bon Iver

DE VELE TALENTEN VAN MIJN GENERATIE

we kunnen onszelf goed kadreren
alles waar een hek voor staat herkennen we,
er overheen vinden we niets
we zijn angstig, omdat dat populair is
wie geen angstigen kent, heeft het licht nog niet gezien
donker genoeg moeten we zijn, als rauwe randjes van een vers afgescheurd stuk vlees, waar het bot nog aan bungelt
meerderen trappen we graag op hun smoel,
voor we recht in ons eigen gezicht durven te kijken
flaneren is het nieuwe zijn
lijken op is onze passie
en passie vinden we een kutwoord,
maar we zijn nog niet zo ver een superieur synoniem bedacht te hebben
voor dingen bedenken hebben we te veel tijd nodig
we hebben geen tijd om geen tijd te hebben
ons is onze expertise
niemand behalve ons collectieve ons begrijpt ons
we zijn het wezen in wezen kwijt
maar dat is ook een kunst

Amsterdam: meisjes met dezelfde knotjes op identieke fietsen met gelijksoortige zonnebrillen. Hoe verwar je jezelf niet met een ander?

http://prozeersels.tumblr.com/post/91784765169/dit-is-waar-we-eindigen-dezelfde-straten →

prozeersels:

Dit is waar we eindigen. Dezelfde straten, hetzelfde station. Net iets meer glazen wijn dan de vorige keer, onze duimen zwevend boven nummers die we niet meer moeten bellen, nadat we gesprekken lezen die we moeten verwijderen. We bekijken profielen en hopen dat het ze slechter afgaat zonder ons,…

Wees daar, (aspirant) schrijvers. Spring het podium op als je in jezelf een literaire baas ziet.

Wees daar, (aspirant) schrijvers. Spring het podium op als je in jezelf een literaire baas ziet.

A poem isn’t a proposition, it’s a sounding, a singing, a saying, a stumbling, a moving in and of language—

— Maureen McLane

In de drie jaar dat ik je ken ben ik je nog nooit eerder buiten de gewoonlijke locaties tegengekomen. Nu bewegen jij en ik, willekeurig samengeplet op een straathoek waar we misschien een of twee keer eerder te vinden zijn geweest, ongemakkelijk over de stoeptegels. Alsof we dansen, maar dan ontzettend traag. We wurmen ons uit onze nachtelijke houding om een bijna onbeleefde groet uit te spreken. Het gaat met een ‘he’ uit mijn mond en ‘hoi’ uit de jouwe, waarna jij je beschonken en berookte lichaam tussen de lange bank en kroegtafel vandaan manoeuvreert. We wauwelen en murmelen, ik kijk je niet aan, naast mij staat mijn vriendin wat heen en weer te dralen. Het meisje dat ons na veel overdreven en toch niet gemotiveerd overhalen naar het feestje heeft gesleept, is bijna de hoek om, maar komt terug. Ze bekijkt ons navelstaren en belt naar mensen die niet opnemen.
'We gaan naar een feestje, maar kunnen het niet vinden.'
'Oh.'
'Wat doe jij hier dan?'
Ik wijs naar de jongen naast wie je net zat. Wat je antwoord is ben ik vergeten. De jongen kijkt ons niet aan, al ken ik hem. Misschien is dat niet vanwege mij, maar vanwege die vriendin en jou en alles. Het zijn altijd dat soort dingen, het ‘iedereen’ dat alles weet, behalve de mensen die het betreft. De messen die we zachtjes in elkaars vlees laten glijden. Ik wil weten of je het leuk hebt, maar vraag me af of jij überhaupt weet of je het leuk hebt en laat het er bij. Ik zwijg een beetje en wacht af. Jij lacht een beetje, het meisje dat naar het feestje wil staat als een geamputeerd ledemaat naar het stille tafereel te kijken en dan geef ik je een stomp tegen je schouder en zeg iets lomps in de zin van: ‘nou, later dan maar he.’

Jij roept me na dat ik een lesbie ben, maar dan sla ik al de hoek om, samen met de vriendin achter onze drukbezette groepsleider aan. We hangen in haar kielzog. Ik vermeld dat het een aparte ontmoeting is en opeens wil het meisje, dat net deed of haar neus bloedde, alles weten. Over iedereen.

I like to stay dumb, as a writer, especially in the early stages of creating a story. I’ll trip myself up if I try to control things or pretend that I know more than I really do.

Author Victor Lodato discusses his work. His story, “Jack, July,” appears in this week’s issue.

(via newyorker)

(Source: newyorker.com, via newyorker)

Wat google weet en ik niet.

Wat google weet en ik niet.

Ik houd niet van mensen die in bed gaan liggen en altijd hun ogen dicht kunnen doen zonder verder na te denken
Ik houd niet van nachten wakker liggen om de dingen die ik niet oplossen kan
Ik houd niet van het diepgetekende en leeggelopen gezicht van mijn oudtante die tegenover mij aan tafel zit
Ik houd niet van dingen die ik niet aan kan zien
Ik houd niet van mensen die alles met lede ogen bekijken en wegknipperen
Ik houd niet van de gedachte dat alles wat nu zo groot en onnoemelijk pijnlijk is, straks een aantal korte zinnen in een geschiedenisboek wordt
Ik houd niet van het idee dat drie oude vrouwen straks terugreizen naar een land dat uit elkaar valt
Ik houd niet van de troost die ik misschien een minuut lang kan bieden
Ik houd niet van mijn onmacht
Ik houd niet van mijn onkunde
Ik houd niet van mijn lege handen