lisaweeda1989 [at] gmail.com
Install Theme
 ©

©

Showerthoughts

Op bezoek bij mevrouw Pauw

“Neem nog wat. Een koekje of, hier, een stuk chocolade. Wil je nog wat drinken? Ik heb fris, appelsap, water, wiener melange.”
Sasha Temnikowa of ‘Oma Pauw’, zoals ik, mijn neven, nichten en achterneven- en nichten haar van kinds af aan noemen, staat op uit haar grote grijze stoel en strijkt haar bloemenblouse recht. Daar houdt ze van, blouses met een opdruk: bloemen en patronen. Van donkerrood tot paars en blauw, zoals haar ogen zijn. Blauwer, als ze lacht. Ik loop haar achterna de keuken in. Het witte gordijn hangt voor het keukenraam. De kinderen van oma, mijn ooms en tantes, kijken er vaak ongeduldig naar als er visite komt. Nog altijd even nieuwsgierig als toen zij de jonge kinderen Pauw van de Kottenstraat waren. Vooral Sandra en Peter kan ik bijna voor me zien: met hun neuzen tegen het raam gedrukt. Oma scharrelt rond en zet de waterkoker aan. In opdracht van mijn moeder, die ik gewoon Marie noem, kocht ik die voor haar bij de Blokker.
“Niet te zwaar”, had Marie streng geïnstrueerd. “Er moet een liter in kunnen, meer ook niet.”
Ik kocht er ook een vogelhuis bij, dat ze in de tuin in de sering kon hangen, een verlaat verjaardagscadeau. Het huisje was wit met geel, het dak oranje met afbeeldingen van vogels er op. Bij de eerste stevige  windhoos waaide het ding eruit, maar dat gaf niets.
Voor tien euro maak je mevrouw Pauw gelukkig.

“Alles heb ik al”, zegt ze vaak.
Als haar kroost er niet op aandringt, koopt ze geen nieuwe spullen: “Ma, geef jezelf nou ook eens wat.”
Zodoende kwam er na enige tijd toch die nieuwe eettafel, een tapijt, lampje en sinds kort is er het cadeau van de kinderen: een nieuwe televisie. Zo hip, dat ik er jaloers op ben. Veel pixels en een groot beeld, dat niet telkens van kleur verschiet.
“Nu alleen nog internet”, zeg ik af en toe grappend tegen Marie. “Of een mobieltje. Misschien een DVD-speler.”
“Een mobieltje?” jakkert mijn moeder dan. “Daar gaat ze niet meer aan beginnen. En een computer ook niet. Ze heeft toch geen zin te leren hoe ze op play moet drukken, Lisa? Daarbij, ze doet genoeg. Lezen, tekenen, The Bold and the Beautiful kijken.”

image


Aan de wand die de keuken en de woonkamer gedeeltelijk scheidt, hangt een lijst met daarin een getekend werk van oma. Met stiften en potloden maakt zij bloemstukken, landschappen die op ansichten staan of in de krant. Soms is het een tekening van haar Oekraïense geboortedorp, Stanitsa Lugansk. Vaak is het een vogel op een takje of in een boom: een mus, lijster, merel. Ik houd die dieren ontiegelijk slecht uit elkaar, maar zie wel de kleuren; hoe ze kloppen.

De waterkoker slaat af. Met een eetlepel schep ik vier lepels Wiener Melange poeder in twee koppen, schenk het water erbij en vraag hoe het met het tekenen staat.
“Goed, goed”, knikt oma.
Ik vraag of ze binnenkort gaat exposeren. Ze giechelt een beetje en zegt dat het ook maar een hobby is. Niets serieus.
“De kleuren kloppen soms ook niet en het is priegelig”, zegt ze.
“Mag ik ze zien, heeft u nieuwe dingen gemaakt?”
Oma zet haar dampende kopje Wiener op een onderzetter op de eettafel en loopt naar de wandkast. Uit het één-na onderste laatje trekt ze een tekenblok. Boven de tafel valt er een uitgeknipte foto van een heuvel met daarop een huis uit.
“Daar ben ik nog mee bezig”, zegt ze en schuift het terug achterin het blok.
We bladeren door het album als de bel gaat. Terwijl oma de deur open drukt, ga ik met mijn vingers over de vellen papier. De deur gaat open en binnen stappen Marie en tante Sandra. ‘Liefste oom’ Peter belt met het bericht dat hij er aan komt. Oom Dolf is iets te laat. Tante Anna pakt de auto, en ook oom Nico schuift straks aan. De worst wordt gesneden. De kaas komt op tafel, net als de augurken en stukken komkommer. De Marakesh verschijnt, er wordt wijn ingeschonken voor de dames, de mannen en geliefden wagen zich aan het bier. Ik luister naar het gelach. Oma Pauw zie ik van plezier haar ogen dichtknijpen. Op mijn knieën voor de kast trek ik de lade open en leg het blok met tekeningen terug. Bij het opstaan bekijk ik een foto van haar zussen, met wie ze nog altijd belt en schrijft, die ze mist, als ik het niet verkeerd heb. Haar Jilles, jong en kerngezond, breed glimlachend op de sepia-afbeelding. En wijlen nicht Nathalie daarnaast, met haar o zo herkenbare krullen en een lach die net zo breed is. Alles hebben we, bedenk ik me, alles komt hier samen. Geen familielid dat hier niet thuis mag zijn.
Later lijst ik de tekening van haar geboortedorp in. Hang het aan een prominente muur in mijn huis, waar iedereen het zien kan. Ik blijf altijd over Sasha Temnikowa, onze Oma Pauw, vertellen.

Laatste schooljaar treedt bijna aan, nog niet alles heb ik af. Ik voel me bijna dagelijks als een skydivende kat die geen tiet begrijpt van waar ‘ie uithangt.

Laatste schooljaar treedt bijna aan, nog niet alles heb ik af. Ik voel me bijna dagelijks als een skydivende kat die geen tiet begrijpt van waar ‘ie uithangt.

2014/2011

Niet zo lang geleden spreek ik met een meisje dat zegt: ‘je wilt je vader verslaan. Daar lijkt het tenminste op.’
Of ik triomfantelijk of beschaamd moet reageren weet ik niet. Wil niet elke generatie anders zijn, misschien niet overstijgen, maar in ieder geval iets anders doen en nieuwe wegen inslaan, nooit hetzelfde worden? Wat het antwoord is vergeet ik snel. De herinnering aan woede vermengt zich met de dingen die ik voorop zou moeten stellen, alsof er telkens gif mijn zuurstofvolle aderen binnenglipt. Ik kijk haar aan over mijn bier, loop met mijn blik het festivalterrein rond, neem een slok.
'Een aantal jaar geleden stond ik op dit zelfde plein', wil ik zeggen.
'Ik had een week eerder gehoord dat ik was aangenomen voor de kunstacademie. Ik was zielsgelukkig, had me een aantal dagen eerder ontzettend de tering in gezopen; alle percentages alcohol waren voorbijgekomen, ik verdronk in een berg van vrienden in een overvol Tivoli, heb daar praktisch iedereen omhelsd en mijn uitkomst de volgende ochtend was een iets zwakkere mate van ongekende euforie. Diezelfde dag zag ik mijn vader en ik had het nieuws voor hem bewaard.'
Maar ik zwijg, kijk haar aan. Ze lacht haar ogen groot, dan vriendelijk, dan bijna als een overwinnaar.


Op het podium waar mijn vader en ik die avond schouder aan schouder naar keken stond de band Dark Dark Dark. GItaren en cello’s, overweldigend en bombastisch, alsof de stad met klank gevuld werd.
'Ik mag schrijven', zei ik.
Hij keek me kort aan en zei iets als ‘goed gedaan,’ iets met trots en sloeg zijn arm om mij heen. We zeiden niets meer. Hij wreef zijn hand over mijn ingedoken schouder. Een traan op zijn gezicht en een krul over zijn lippen. Mijn verdienste trok aan zijn gevoel en ik voelde mijn maag in nieuwe bochten vallen. De zangeres oreerde.

Tell me what you celebrate
It isn’t hard to do
Do you love me?
Do you love that paint?
Exposing the brick
They’re crumbling a bit
Do you love the bees
Fly over our heads
Race into the woods
Make honey so sweet

'Ik houd van mijn vader', wil ik tegen haar zeggen, 'ik begrijp hem vaker niet dan wel, maar houd van hem.'

I am the People, the Mob

Carl Sandburg (from Chicago Poems, 1916)

I am the people—the mob—the crowd—the mass.
Do you know that all the great work of the world is done through me?
I am the workingman, the inventor, the maker of the world’s food and clothes.
I am the audience that witnesses history. The Napoleons come from me and the Lincolns. They die. And then I send forth more Napoleons and Lincolns.
I am the seed ground. I am a prairie that will stand for much plowing. Terrible storms pass over me. I forget. The best of me is sucked out and wasted. I forget. Everything but Death comes to me and makes me work and give up what I have. And I forget.
Sometimes I growl, shake myself and spatter a few red drops for history to remember. Then—I forget.
When I, the People, learn to remember, when I, the People, use the lessons of yesterday and no longer forget who robbed me last year, who played me for a fool—then there will be no speaker in all the world say the name: “The People,” with any fleck of a sneer in his voice or any far-off smile of derision.
The mob—the crowd—the mass—will arrive then.

Dance first. Think later. It’s the natural order.

— Samuel Beckett

Googlede een symptoom, voelde me een rund. Belde de dokter, werd geholpen door huisarts in opleiding, die exact hetzelfde zei als internet.

Mijn geliefde vindt het niets, mij omhelzen als de huid plakt van warmte. Van een afstand tel ik op hete dagen de minuscule druppels op haar neus, wacht urenlang tot ze gedoucht heeft en misschien tien minuten droge oksels en nekharen houdt. De hitte maakt me ongeduldig als ik bij haar ben. Het stel in het park trekt zich er niets van aan. Zij kunnen niet wachten. Hij drukt haar borsten tegen zijn buik, vouwt zijn handen onder haar billen en tilt haar op tot hun lippen op gelijke hoogte zijn. Ze kussen, draaien hun hoofden. Bijna verliezen ze hun evenwicht. Ze lachen en hij zet haar neer, zij klampt zich om zijn witte overhemd ter hoogte van zijn borstkas, drukt haar voorhoofd tussen zijn nek en schouder. Dan kussen ze opnieuw. Ik loop de straat op, houd halverwege het zebrapad stil en maak vier foto’s.

Yes! Kopen jullie eind deze week of in het weekend even deze AUGSEPT editie van Voortuin Magazine? Zou ik enig vinden. Dan lees je als klap op de vuurpijl een tekst van mij. Haal ‘m in Leiden, Amsterdam of Haarlem. Veel liefde en alvast met veel kussen en aaien bedankt <3

Yes! Kopen jullie eind deze week of in het weekend even deze AUGSEPT editie van Voortuin Magazine? Zou ik enig vinden. Dan lees je als klap op de vuurpijl een tekst van mij. Haal ‘m in Leiden, Amsterdam of Haarlem. Veel liefde en alvast met veel kussen en aaien bedankt <3